Bodembeleid

Bodembeleid

Convenant Bodem en Ondergrond

De doelstellingen uit het Convenant Bodem en Ondergrond 2016-2020 (opvolger van het Convenant 2010-2015) moeten in 2020 zijn behaald. Het Convenant richt zich op:

  • Spoedlocaties: het afronden van de spoedlocaties;
  • Gebiedsgericht grondwaterbeheer: inrichten van gebiedsgericht beheer voor die gemeenten die daartoe een indicatie hebben; voor ons gebied is dit De Pijp te Beverwijk
  • Ondergrond: transitie naar een duurzaam gebruik van de ondergrond via een Structuurvisie Ondergrond (STRONG);
  • Wet- en regelgeving: transitie naar een nieuw bodemontwikkelingsbeleid na 2015 (herziening Wbb en implementatie Wbb in Omgevingswet).

Het Bodemconvenant gaat ook in op het gebiedsgericht beheren van verontreinigingen in het grondwater. Dat betekent dat gemeenten de taak hebben om gebieden in kaart te brengen waarbij de grondkwaliteit onvoldoende is en waarbij de behoefte bestaat de grondkwaliteit op termijn te verbeteren. Bijvoorbeeld in verband met bedreiging en beperking (op termijn) van gebruik van grondwater. Deze locaties zijn gelabeld als oranje locaties. Voor gemeenten ligt hier een nieuwe opgave. Uit een inventarisatie binnen ons werkgebied is gebleken dat De Pijp in Beverwijk als oranje locatie gelabeld moet worden. Wij hebben hierover in 2016 contact gehad met Provincie Noord-Holland, die regie voert over dit proces. In 2017 zullen wij, in afstemming met de provincie, verder op gecombineerd met de mogelijkheden voor gebiedsgericht grondwaterbeheer.

Bodemagenda

In 2010 hebben wij een bodemagenda opgesteld. De bodemagenda gaf afgelopen jaar zowel op inhoudelijk, strategisch als tactisch niveau de uitgangspunten weer voor het lokale bodembeleid. Begin 2011 boden wij de Bodemagenda 2010-2016 aan aan de IJmond- en Waterlandgemeenten (Landsmeer, Oostzaan, Waterland, Wormerland). De bodemagenda gaf gemeenten niet alleen uitgangspunten voor het lokale bodembeleid, maar gaf ook de mogelijkheid te anticiperen op de integrale aanpak van de bodemproblematiek en zorgde voor een borging van de financiële risico’s die samenhingen met de uitvoering van het (Rijks)Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing-programma (ISV). Met het aflopen van het termijn van de bodemagenda, hebben wij deze in 2016 geëvalueerd.

Loodproblematiek

Eind 2015 publiceerde het RIVM het rapport ‘Diffuse loodverontreiniging in de bodem’. Het rapport beschrijft de stand van zaken rondom lood in bodem, gezondheid en bodemnormen. Uit het rapport blijkt dat een loodverontreiniging al bij een lagere concentratie dan de huidige norm voorschrijft, schadelijk kan zijn voor jonge kinderen. In afwachting van gewijzigd landelijk beleid hebben wij een folder opgesteld met gebruiksadviezen. Bij een beschikking aanvraag, waarbij sprake is van een (diffuse) loodverontreiniging, sturen wij de folder mee met de instemmingsbrief. Daarnaast sloten wij aan bij de in 2016 ingestelde provinciale werkgroep om mee te denken over (provinciale) aanpak. Een onderdeel van deze aanpak is het onderzoek (onder regie van de provincie) naar risicogebieden met betrekking tot diffuse verontreinigingen. Wij zullen hiervoor informatie aanleveren over locaties waarbij het vermoeden bestaat dat de loodconcentraties hoog zijn en het gebruik van de locatie gevoelig.

Structuurvisie Ondergrond

In 2016 is de Ontwerp Structuurvisie Ondergrond gepubliceerd. Bijzonder aan deze structuurvisie is dat het de eerste keer is dat de beleidsvelden van de ruimtelijke ordening en de ondergrond op nationale schaal bij elkaar zijn gebracht. Geen enkel ander land heeft dit eerder gedaan. Nederland heeft een rijke historie van ruimtelijke ordening van de bovengrond en is nu ook op het gebied van de ondergrond mondiaal toonaangevend.

De Ontwerp Structuurvisie Ondergrond gaat over de nationale belangen van de drinkwatervoorziening en de energievoorziening, en de weging van beide belangen ten opzichte van elkaar. Het gaat bijvoorbeeld over grondwaterwinning, gaswinning, geothermie en het opslaan van CO2. In de Structuurvisie is steeds gezocht naar de balans tussen enerzijds het beschermen van het grondwater voor de toekomstige drinkwatervoorziening en anderzijds het benutten van de ondergrond voor de – transitie naar een duurzame energievoorziening. In de Structuurvisie wordt aangegeven waar activiteiten in de ondergrond ruimtelijk uitgesloten of gecombineerd kunnen worden, nog voorafgaand aan een concreet initiatief.

Wij hebben deze structuurvisie namens onze opdrachtgevers beoordeeld en een zienswijze ingediend.