Duurzame ontwikkeling

Duurzame ontwikkeling

Door gemeenten zijn stevige ambities geuit op duurzaamheidsvlak. Hier wordt actief inzet op gepleegd, zowel vanuit advisering alsook vanuit vergunningverlening, toezicht en handhaving. In het Energieakkoord dat op landelijk niveau gesloten is, is een van de belangrijkste punten een steviger inzet op de handhaving van energiebesparende maatregelen bij bedrijven (artikel 2.15 van de Wet milieubeheer). Hiertoe komen onder meer gefaseerd zogenoemde maatregellijsten beschikbaar voor de verschillende bedrijfsbranches. Concreet zijn deze reeds beschikbaar voor bijvoorbeeld scholen, kantoren, zorginstellingen, bedrijfshallen en garagebedrijven. Vanuit de VNG komen in 2017 extra middelen beschikbaar voor omgevingsdiensten om een verstevigde inzet op toezicht en handhaving van artikel 2.15 Wm te realiseren.

Stookinstallaties

Opvallend is dat bij veel bedrijven in verschillende branches de stookinstallaties niet volledig zijn gekeurd. In de autoherstelbranche betreft dit bijna 60% van de bedrijven. Met een juist onderhouden en ingeregelde stookinstallatie valt veel energie te besparen.

Datalogger

De afgelopen paar jaar is de datalogger met veel succes geplaatst. In ongeveer 90% van de situaties bleek de verwarmings- of luchtbehandelingsinstallatie niet goed ingeregeld te zijn. Door vaak eenvoudige aanpassingen konden aanzienlijke besparingen worden gerealiseerd. Ondernemers kunnen kosteloos gebruik maken van de datalogger.
Gebruik van de datalogger is overigens niet vrijblijvend. Indien uit de analyse blijkt dat de investeringen die noodzakelijk zijn om besparingen te realiseren binnen vijf jaar kunnen worden terugverdiend, dienen deze investeringen gedaan te worden. Hierop wordt desnoods handhavend opgetreden.

Energy Efficiency Directive

In 2016 is een start gemaakt met het implementeren van de Energy Efficiency Directive (EED-richtlijn). Deze richtlijn vraagt van grote bedrijven, landelijk gevestigde concerns (bijvoorbeeld Hema en Etos) bouwmarkten, supermarkten, tankstations, zorginstellingen en ziekenhuizen, voortgezet onderwijs en in veel gevallen ook de gemeente zelf om elke vier jaar een energie-audit te maken en aan het bevoegd gezag ter beschikking te stellen. De energie-audit laat zien waar energiebesparende maatregelen mogelijk zijn. De energie-audit omvat ook mobiliteit.
In 2017 zal veel aandacht worden besteed aan de verdere implementatie van de EED-richtlijn. Dit omvat beoordeling van energie-audits, het verwerken van rapportages, toezicht en handhaving op het hebben van en uitvoering geven aan het plan van aanpak en afstemming met andere omgevingsdiensten. Hoewel stimulering een belangrijk onderdeel vormt binnen de energiebesparingsaanpak, is handhaving de stok die gebruikt wordt indien ondernemers of gebouweigenaren verzuimen de noodzakelijk maatregelen te treffen om tot energiebesparing te komen. Dit geldt ook voor de onderwerpen die hierna worden behandeld.

Gemeentelijke gebouwen

Specifiek voor gemeenten met een energie-auditverplichting is de focus in 2017 op het plan van aanpak dat gemeenten hebben of ontwikkelen voor de eigen gebouwen. Voor gebouwen met een hoog energiegebruik zal de rapportage meeromvattend moeten zijn dan voor gebouwen met een laag energiegebruik. Het wettelijk kader voor uitvoering van maatregelen verandert hierdoor niet.
Voor gemeentelijke gebouwen van grote gemeenten moet een energie-audit ingediend worden. Deze audit geeft inzicht in de energiebesparingsmogelijkheden en vervoer. Voor de gemeentelijke gebouwen van kleinere gemeenten worden aan de hand van de erkende maatregelen energiebesparingsmogelijkheden in kaart gebracht. In 2017 zal gecontroleerd worden of de erkende maatregelen zijn of worden uitgevoerd.

Maatschappelijk vastgoed

In 2016 is bij basisscholen specifieke aandacht besteed aan energiezuinige verlichting en de inregeling van installaties door middel van het monitoringinstrument de datalogger. Hieruit blijkt dat er veel besparingen mogelijk zijn. Ook zullen de stichtingsbesturen betrokken worden om te borgen dat energiebesparing een doorlopend proces is. Het aanstellen van een milieu-coördinator door scholen is een aandachtspunt. Indien de betreffende energiebesparende maatregelen niet blijken te zijn uitgevoerd in 2017, wordt dit middels handhavend optreden afgdwongen.

Zorgvastgoed

Voor zorgvastgoed is in 2015 een Green Deal Zorg ondertekend o.a. door ODIJ en een aantal zorginstellingen en ziekenhuizen in het werkgebied. Hierbij wordt aangesloten bij Milieuplatform Zorg en door middel van de Milieuthermometer geven zij inzicht in de besparingsmogelijkheden. Maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder moeten worden ingepland en uitgevoerd. Met de Milieuthermometer wordt een stap verder gegaan, ook wordt afval(preventie), voedselverspilling en vervoer meegenomen. Certificering borgt dat het organisatiebreed opgepakt wordt. Het certificaat ‘brons’ voldoet aan de erkende maatregelen. Zorginstellingen en ziekenhuizen zijn op deze wijze zelfwerkzaam. Jaarlijks worden twee informatiebijeenkomsten voor deze doelgroep georganiseerd, met ondersteuning van het ministerie van EZ en Milieuplatform Zorg. De verwachting is dat in 2017 meerdere zorginstellingen en ziekenhuizen in de regio gaan aansluiten bij de Green Deal Zorg.

Mobiliteit

In 2017 worden de kansen die de EED biedt op het gebied van mobiliteitsbeleid bij het bedrijfsleven verder uitgewerkt. Ook dit vormt een uitwerking van hetgeen is opgenomen in de Wet milieubeheer. Tijdens reguliere controlebezoeken wordt dit aspect meegenomen.